Meer vindbaarheid helpt pas als je weet voor wie je vindbaar wilt zijn. Richt je vindbaarheid daarom op de plek waar je klanten zitten. Gebruik de regio voor iets waar die wél alles waard is: je werkgeversmerk. Je klanten wonen verspreid over het land. Je volgende collega woont waarschijnlijk een paar dorpen verderop. Landelijk vindbaar als lokale onderneming kan prima. Je moet alleen 2 doelgroepen uit elkaar houden.
Je dorpsnaam is geen zoekwoord voor je klanten
Lokale vindbaarheid draait om zoekopdrachten met een plaats erin. Denk aan "installateur Druten" of "drukkerij bij mij in de buurt". Google kijkt daarbij ook naar de afstand tussen jou en de zoeker. Dat werkt heel goed voor een kapper of een loodgieter. Hun klanten wonen om de hoek.
Jouw opdrachtgever in Groningen typt jouw dorpsnaam nooit in. Hij weet niet eens dat het bestaat. Hij zoekt op zijn probleem, op het product dat hij nodig heeft of op het vak waar jij goed in bent. Daar moet je dus gevonden worden.
Lokale vindbaarheid helpt je dan maar half. Mensen die je naam al kennen, vinden je makkelijker, en buren en leveranciers zien dat je bestaat. Maar het brengt je niet bij de mensen die je nog niet kennen. En juist die heb je nodig als je landelijk wilt groeien.
We weten zelf ook hoe het voelt om op het verkeerde gevonden te worden. Wij krijgen elke maand tientallen klikken op "qr code maken". Mooi voor de grafiek. Alleen zoekt niemand die dat intypt een marketingbureau. Bezoek dat niet bij je klant past, ziet er goed uit en levert niets op. Een dorpsnaam waar je klanten nooit op zoeken, werkt precies zo.
Begin bij de woorden van je opdrachtgevers
Begin bij je opdrachtgevers. Zoek uit wat ze in Google typen op het moment dat ze jou nodig hebben. Meestal is dat een vraag of een probleem, soms een product. Vraag het je beste klanten gewoon. Je krijgt dan vaak andere woorden te horen dan je zelf gebruikt.
Bouw je website daarna om die woorden heen. Je kunt dat op verschillende manieren aanpakken:
- Maak een pagina per dienst of per toepassing, niet per stad.
- Maak een pagina per branche waarvoor je werkt, met een opdracht uit die branche als voorbeeld.
- Laat zien waar je opdrachten deed, van Groningen tot Maastricht. Dat werkt als bewijs voor je klant.
- Zorg dat je genoemd wordt in vakmedia en op sites uit jouw branche. Een vermelding in de krant van je eigen dorp levert je landelijk weinig op.
Bij je Google-bedrijfsprofiel kies je ook bewust. Je kunt daar een servicegebied instellen, zodat Google ziet dat je verder levert dan je postcode. Je bedrijfsprofiel blijft vooral een visitekaartje voor wie al naar je naam zoekt. Je groei komt van je website.
Wij hebben zelf trouwens wél een pagina die op Nijmegen en Wijchen mikt. Dat lijkt in tegenspraak met dit verhaal, maar het is dezelfde redenering. Onze klanten zitten binnen 25 kilometer van Wijchen en zoeken met hun plaatsnaam erbij. Zitten jouw klanten verspreid over het land, dan brengt dezelfde redenering je bij het omgekeerde.
Voor medewerkers draait het helemaal om
Bij medewerkers ligt het precies andersom. Een opdrachtgever rijdt niet naar je toe. Een medewerker doet dat elke dag. Werknemers woonden in 2023 gemiddeld 19,9 kilometer van hun werk. Je volgende monteur, planner of werkvoorbereider woont dus waarschijnlijk in je eigen regio.
Daar is je dorp juist een troef. Stel dat iemand nu elke dag een uur in de file staat naar Arnhem. Die wil best weten dat het ook op 10 minuten fietsen kan. Iemand die in de buurt is opgegroeid, kent je naam misschien al van de zaterdagvoetbal. Dat soort dingen zoekt een sollicitant op. Zet ze dus ook op je website.
In een streek waar iedereen elkaar kent, gaat je reputatie als werkgever via verjaardagen en de kantine. Hoe dat werkt, schreven we in Werkgever zijn in een streek waar iedereen elkaar kent. Wie over je hoort, zoekt je op. Dan moet er een pagina zijn die laat zien hoe het bij jou is, en waar dat is.
Je vacatures en je werkenbij-pagina mogen dus wél vol staan met je regio. Noem je dorp en de plaatsen eromheen, met de reistijd vanaf Nijmegen of Tiel. Laat een foto zien van je eigen mensen op je eigen terrein. Dezelfde dorpsnaam die je klanten niets zegt, laat een sollicitant zien hoe dichtbij je zit.
Zo richt je beide naast elkaar in
Je website kan beide doelgroepen prima bedienen. Je geeft elke doelgroep een eigen deel, met eigen woorden. Een vaste volgorde helpt:
- Schrijf op wie je klanten zijn en waar ze zitten. Schrijf daarnaast op waar je medewerkers vandaan komen. Dat zijn meestal 2 heel verschillende kaarten.
- Laat je homepage en je dienstpagina's over je vak gaan. Zet je dorpsnaam daar niet in de titel. Je adres staat gewoon onderaan en op je contactpagina.
- Geef je werkgeversmerk een eigen plek, met een werkenbij-pagina of een werkenbij-website. Daar mag de regio overal in staan, in de titel, in de tekst en in de vacatures.
- Meet beide los van elkaar. Kijk bij je klantpagina's naar aanvragen uit het hele land. Kijk bij je werkenbij-pagina naar sollicitaties uit je eigen streek.
Het gaat mis als je beide door elkaar haalt. Een dienstpagina met "monteur in [dorp]" in de titel trekt sollicitanten in plaats van klanten. Een vacature zonder plaatsnaam valt weg tussen die van de grote werkgevers in de stad. In beide gevallen schrijf je voor de verkeerde lezer.
Hoe wij vindbaarheid voor klanten opbouwen, lees je op onze pagina over SEO. Hoe we dat in de regio voor werkgevers doen, zie je bij Maas en Waal. Een nulmeting laat zien waar je nu op gevonden wordt, en door wie. Daarna weet je welke kaart bij welke doelgroep hoort. Stukken overzichtelijker!